Advies schulddienstverlening Ede – Wageningen 2016

Aan: College van B&W
Betreft: Advies Visie op schulddienstverlening Ede – Wageningen 2016

Aan de Adviesraad Sociaal Domein Ede is gevraagd advies uit te brengen op de nota Visie op Schulddienstverlening Ede – Wageningen 2016. Deze nota beschrijft de te nemen voornemens voor de schulddienstverlening voor de periode 2016 tot 2020.

De Adviesraad onderschrijft van harte de visie uit de nota dat schulddienstverlening voor iedereen toegankelijk moet zijn en dat de burgers hier niet alleen in staan. Daarbij wordt tegelijkertijd de eigen financiële verantwoordelijkheid benadrukt. Ook onderschrijven we dat schulddienstverlening op maat en waar nodig wordt aangeboden. Wel missen we in de nota een onderbouwing van deze visie. Bovendien vragen we ons af op welke wijze de opvattingen in de nieuwe visie voortbouwen op de behaalde resultaten van de afgelopen vier jaar.

Wij waarderen ook de samenwerking met de gemeente Wageningen. Samenwerking en afstemming over meer specialistische gemeentelijke dienstverlening kan de dienstverlening versterken en verbeteren. Wel missen wij in deze nota de motivatie, onderbouwing en verdere invulling van de samenwerking.

Wij zijn verrast dat de maatschappelijke effecten geformuleerd worden in het ‘drukken van de maatschappelijke kosten’. In de missie wordt immers benadrukt dat kwetsbare burgers in verbinding moeten blijven staan met de samenleving en daar actief in mee doen. Wij zijn van mening dat het belangrijkste resultaat van de inspanningen van schulddienstverlening moet zijn dat aan de ene kant burgers met schulden m.b.v. integrale dienstverlening na verloop van tijd zo veel als mogelijk weer actief meedoen aan de samenleving. Aan de andere kant draagt het bij aan het voorkomen van schuldproblemen. Verder zijn wij van mening dat het begrip maatschappelijke kosten een negatieve associatie oproept voor degenen die schulddienstverlening ontvangen.

Als het om de aanpak gaat kan de Adviesraad zich vinden in een aanpak gericht op preventie, vroege signalering, ondersteuning en nazorg. Wij hadden in de visie op deze onderdelen voor de komende vier jaar wel meer innovatieve voorstellen verwacht. Er spreekt in de aanpak geen echte ambitie uit om schulddienstverlening verder te ontwikkelen.

De Adviesraad vindt dat het kiezen van de individuele situatie van de inwoner als vertrekpunt de belangrijkste insteek is in de visie. Voor de Adviesraad betekent dit maatwerk, een integrale benadering en vindplaatsgericht werken. Zij vindt deze aanpak noodzakelijk, verwacht hier de komende jaren veel van en hoopt dat hierdoor goede resultaten worden gehaald.
Wat betreft de aanpak van de schulddienstverlening vragen we specifiek aandacht voor het schema op pagina 4. Hierin wordt de toegang tot schulddienstverlening als drempelloos benoemd. Echter in de hele nota wordt uitgegaan van zelfmelders. Met het drempelloos bieden van schulddienstverlening wordt in de nota bedoeld dat elke doelgroep, ongeacht de hoogte van het inkomen, zich kan melden. Drempelloze dienstverlening kan ook anders opgevat worden. Het zelf moeten melden om schulddienstverlening te ontvangen kan een drempel oproepen. Zeker omdat het zoeken van hulp bij schulden voor de meeste mensen niet gemakkelijk is. Voor de Adviesraad betekent een drempelloze aanpak ook een vindplaatsgerichte aanpak.

Wat de Adviesraad mist in de nota ‘Visie op Schulddienstverlening 2016’ is een uitwerking en een beschreven route om deze werkwijze de komende jaren te realiseren. In de visie gaat het vooral om intenties. Zo wordt samenwerking genoemd met verschillende partners en wordt de mogelijke rol van de sociale wijkteams en vrijwilligers genoemd. Ook de samenwerking met andere specialistische afdelingen wordt genoemd. Helaas blijft het in de nota bij globale voornemens zonder uitgewerkt plan voor een aanpak en tijdspad. De Adviesraad verwacht de komende tijd meer innovatie en een proactieve benadering om tot een verdere uitwerking te komen. Eén die recht doet aan de intenties in de nota en inwoners de dienstverlening biedt die daarbij past.

Tenslotte wil de Adviesraad nog de volgende opmerkingen meegeven:

  • Er worden in de nota vier specifieke doelgroepen genoemd. Deze doelgroepen zijn uitkeringsgerechtigden, jongeren, inwoners met hoge zorgkosten en ondernemers. Het is positief dat deze doelgroepen speciale aandacht krijgen en een eigen actieve benadering. In de visie wordt niet duidelijk of deze doelgroepen ook voor Ede de belangrijkste doelgroepen zijn. De Adviesraad wil nog een keer het eerder uitgebrachte advies van de WWBraad onder de aandacht brengen waarin zij aandacht vroegen voor Wajongers en alleenstaande mannen tussen de 40 en 60. Destijds is het advies van de WWBraad niet overgenomen.
  • Wij vragen ons af op welke wijze de raadpleging over de totstandkoming van de visie heeft plaatsgevonden. Zijn voor deze nota inhouds-en/of ervaringsdeskundigen geraadpleegd? Onze vraag is of transparant aangegeven kan worden op welke wijze de visie tot stand is gekomen en wie daarbij betrokken is geweest. De adviesraad hecht veel waarde aan een transparant proces waarin raadpleging van zowel inhouds- als ervaringsdeskundigen plaatsvindt.
  • Als laatste willen wij u vragen of er communicatie over de visie komt en hoe deze er uit komt te zien.
Naar overzicht