Nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’

Aan: Het College van B&W
Betreft: Nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’

Geacht College,

In de raadsvergadering van 2 februari jl. is de nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’ ter besluitvorming aangeboden. Deze nota heeft de ASDE op eigen verzoek half maart ontvangen. De ASDE is in de ontwikkeling van de nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’ door middel van een presentatie in december 2016 geïnformeerd, maar verder niet betrokken geweest. Wel heeft de ASDE de informatiebijeenkomst voor Permar medewerkers in 2016 in de Reehorst bijgewoond. Daarnaast heeft de ASDE op initiatief van de ondernemingsraad van de Permar, tweemaal met hen gesproken. Ook hebben Permar medewerkers ASDE leden aangesproken over de ontwikkelingen tijdens verschillende, al dan niet door de ASDE georganiseerde bijeenkomsten

In de begeleidende brief die bij de nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’ aan de gemeenteraad is verstuurd, staat vermeld dat de ASDE nog in de gelegenheid gesteld wordt om advies uit te brengen over de ontwerpfase en meegenomen wordt in het implementatieproces.
Als ASDE willen wij u laten weten dat wij formeel geen advies meer uit willen brengen over het ontwerp. De ASDE is van mening dat nu de ontwerpnota is vast gesteld door de raad, een advies onvoldoende toevoegt. Wel willen wij met deze brief een aantal zorgen met u delen en vragen aan u voorleggen. Deze zorgen en vragen komen voort uit de ontwerpnota zoals die er nu ligt en de gesprekken die wij gevoerd hebben.
Verder wil de ASDE vanaf nu graag betrokken worden bij de implementatiefase.

‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’

De nota ‘Ontwerp Participatiebedrijf Ede’ is een ambitieuze nota. In de nota wordt uitwerking gegeven aan het toekomstige participatiebedrijf met een op werk gerichte keten. De nadruk ligt op het toe leiden van werk naar werk. Dit moet gebeuren in nauwe samenwerking met werkgevers, het WSP en andere partners. Daarnaast gaat het ontwerp in op de ontmanteling van de huidige Permar, de organisatorische vormgeving en financiële consequenties. Het doel is om op 1 januari 2018 als Participatiebedrijf operationeel te zijn.In de nota staat de gewenste situatie uitgebreid en algemeen beschreven. Er is vooral aandacht voor de uitgangspunten, ideeën en aannames.

De ambities die in de nota als vertrekpunt zijn gekozen en verwoord, onderschrijft de ASDE van harte.
We zien tegelijkertijd dat het ontwikkelen van het ambitieuze ontwerp met alle inhoudelijke doelen en het tegelijkertijd ontmantelen van de Permar, een hele grote uitdaging is. Daarbij komt dat er sprake is van een erg krap tijdspad tot 1 januari 2018.

De volgende zorgen en willen wij onder uw aandacht brengen.

  • Het valt op dat er in het ontwerp nauwelijks een relatie is gelegd met de huidige uitvoeringspraktijk. Dit gaat zowel om de uitvoering van de WSW, de huidige uitvoering van de reïntegratietaken van de afdeling Werk&Participatie, als om het functioneren van het WSP. Er ligt geen evaluatie en ook geen haalbaarheidsonderzoek aan het ontwerp ten grondslag. De ASDE vraagt zich af of er zicht is op hetgeen goed gegaan in de huidige situatie en wat niet. De ASDE vindt dit een groot gemis en is van mening dat er hierdoor veel wensdenken in het huidige ontwerp zit.
  • In het ontwerp is er geen route/stappenplan opgenomen met een planning op welke wijze 1 januari 2018 behaald gaat worden. Er is zo een gat ontstaan tussen het ontwerpfase en de implementatiefase. De ASDE vraagt zich af, of gezien de omvang van het project (nieuwe werkorganisatie, nieuwe functies, verzelfstandiging, ontwikkelen nieuw vangnet, innovatie, etc.) het behalen van de datum 1 januari 2018 wel realistisch is. Bovendien weten de huidige WSWers en medewerkers door het ontbreken van een planning en een concreet stappenplan tot 1 januari 2018 onvoldoende waar zij aan toe zijn. We hebben verschillende mensen gesproken die moeite hebben met deze onzekere situatie. Er zijn bv. ook mensen die zich afvragen of zij bij het aflopen van een detachering niet thuis komen te zitten, omdat het vangnet niet op tijd is geregeld.
  • In de door ons gevoerde gesprekken en gesproken WSW medewerkers, is naar voren gekomen dat zij het jammer vinden dat zij nauwelijks de mogelijkheid hebben gehad om mee te denken over de ontwerpfase. Zij vragen zich af welke plaats er voor hun inbreng is tijdens de implementatiefase?
  • De ASDE vraagt ook aandacht voor het voldoende informeren van familieleden/instellingen over de ontwikkelingen. Zij maken de mensen immers elke dag mee en kunnen helpen bij het verwerken van de veranderingen.
  • De ASDE vraagt zich af of door het krappe tijdspad wat gevolgd wordt, niet teveel energie en tijd naar de interne organisatie gaat. Wij zijn bang dat dit ten koste gaat van de inspanningen voor de begeleiding van de huidige cliënten van de WSW en de afdeling Werk&Participatie. Zo is er tijdens het onderzoek ‘Cliënt centraal’ van verschillende kanten door cliënten onvrede geuit over de begeleiding van hun reïntegratietraject naar betaald werk zoals die nu is. Dit had vooral te maken met het gebrek aan aandacht, de bejegening en het niet altijd serieus genomen worden.
  • In de nota onder het hoofdstuk implementatie op pagina 34 staat dat het implementatieplan parallel uitgewerkt is aan het ontwerpplan. De ASDE vraagt zich af of implementatieplan op dit moment beschikbaar is. In dit hoofdstuk staat ook dat in 2017 al samen met werkgevers gewerkt wordt aan 50 (leerwerk)plekken. Onze vraag is wat hiervan de stand van zaken is.

Wij hopen dat u in het vervolg van het traject op weg naar het ‘Participatiebedrijf Ede’ rekening wilt houden met de zorgen die wij in deze brief hebben geuit. Wij gaan de komende tijd graag verder in gesprek, maar blijven ons oor te luister leggen naar de ervaringen van reïntegratiecliënten van de afdeling Werk&Participatie en WSW medewerkers.

Met vriendelijke groeten,

Namens de ASDE

Monique Jongerius
Voorzitter

Naar overzicht